Nieuwe maatschappelijke opgaven, veranderend mobiliteitsgedrag en actuele inzichten vragen om een frisse blik op parkeerbeleid. Toch werken veel gemeenten in Nederland nog met parkeernormen die zijn vastgesteld in een ander tijdperk. De gemeentelijke parkeernormen moeten op de schop om aan te sluiten bij de integrale ambities van vandaag en morgen.
Sinds 2018 is het wettelijk verplicht om parkeernormen te borgen via het ruimtelijk plan (bestemmingsplan, later omgevingsplan). Veel gemeenten hebben parkeernormen destijds vastgelegd in een aparte nota parkeernormen of in beleidsregels. Lang niet iedere gemeente heeft haar parkeernormen in de afgelopen jaren geactualiseerd op basis van nieuwe inzichten en richtlijnen. Dat betekent dat er nog veel wordt gewerkt met normen van inmiddels bijna tien jaar oud of gebaseerd op verouderde richtlijnen.
Een andere kijk op mobiliteit
In die afgelopen tien jaar is er veel veranderd. Gemeenten staan voor grote uitdagingen op het gebied van woningbouw, klimaatadaptatie, energietransitie en de verdichting van bestaande woongebieden. Deze en andere opgaven hebben geleid tot een nieuwe blik op mobiliteit in relatie tot de openbare ruimte. De dominantie van de auto in het straatbeeld is niet meer vanzelfsprekend. De mens en de duurzame veilige leefomgeving worden meer centraal gesteld in de manier waarop de openbare ruimte wordt ingericht en beheerd.
Deze veranderingen hebben invloed op de manier waarop we ons verplaatsen en het (toekomstige) autobezit. Steeds meer mensen gebruiken deelvervoer en kiezen vaker de fiets in plaats van de auto. Dat vraagt om parkeernormen die beter aansluiten bij de werkelijkheid én bij de ambities van gemeenten.
Nieuwe CROW-richtlijnen bieden een actueel vertrekpunt
Het CROW heeft kortgeleden nieuwe richtlijnen parkeerkencijfers uitgebracht. Hierin zijn de veranderde inzichten en de veranderingen in gedrag en mobiliteitskeuzes verwerkt. De nieuwe richtlijnen hebben een andere, meer op de praktijk gebaseerde indeling van woningtypen. Ook gebruiken de nieuwe richtlijnen gemiddeld lagere kengetallen voor het aantal parkeerplaatsen per woning. Daarnaast is op basis van onderzoek het benodigde aantal parkeerplaatsen voor bezoekers geactualiseerd. Alleen al door dit laatste valt de parkeerbehoefte van een woningbouwproject vaak 5 tot 10% lager uit dan volgens de oude richtlijnen.
Deze inzichten zijn een goede reden om verouderde parkeernormen te vernieuwen op basis van de nieuwe richtlijnen. Zo kunnen gemeenten een lagere en beter passende parkeereis stellen voor nieuwe bouwplannen.
Van vier naar twee wielen
Naast de nieuwe richtlijnen parkeerkencijfers zijn ook de nieuwe CROW-richtlijnen voor fietsparkeren interessant. Veel gemeenten hebben hiervoor nog geen normen vastgesteld. Toch is dit belangrijk. In een tijd waarin we inwoners stimuleren om de fiets te pakken, moeten we ook borgen dat zij die fiets veilig en comfortabel kunnen stallen bij hun woning of op hun bestemming. De actuele richtlijnen van het CROW bieden hiervoor een mooie basis. Door fietsparkeernormen en uitvoeringsregels expliciet op te nemen in het beleid, borgen gemeenten dat ontwikkelaars vanaf het eerste ontwerp nadenken over kwalitatieve stallingsoplossingen.
Kijk verder dan alleen de kencijfers
De vernieuwde CROW-richtlijnen vormen een waardevol vertrekpunt, maar het actualiseren van parkeernormen vraagt om meer dan het overnemen van nieuwe kencijfers. Een actualisatie biedt ook de kans om kritisch te kijken naar de toepassing van de normen en de mogelijkheden om daarvan af te wijken. Veel gemeenten hebben hiervoor nog geen duidelijke beleidsregels, terwijl een afwijking of reductie van de parkeereis in de praktijk vaak goed te motiveren is. Door vooraf vast te leggen wanneer een reductie mogelijk is, ontstaat meer duidelijkheid en verlopen planvorming en procedures soepeler. Denk aan de inzet van deelmobiliteit, bovengemiddelde fietsvoorzieningen, een bedrijfsmobiliteitsplan of de nabijheid van hoogwaardig openbaar vervoer.
Met duidelijke beleidsregels worden parkeernormen meer dan een rekeninstrument. Ze geven gemeenten de ruimte om parkeerbeleid in te zetten als middel om ambities op het gebied van woningbouw, leefbaarheid en duurzame mobiliteit te ondersteunen. In sommige situaties is een 0-norm te overwegen. Een belangrijke voorwaarde is wel dat de parkeerdruk in de openbare ruimte beheersbaar blijft, bijvoorbeeld door parkeerregulering in de omgeving van de ontwikkeling. Tegelijkertijd verschillen de noodzaak en het draagvlak voor dergelijke maatregelen sterk tussen stedelijke en meer landelijke gemeenten. Juist daarom vraagt toekomstbestendig parkeerbeleid om lokaal maatwerk.
Een zorgvuldig proces is essentieel
Tot slot blijkt steeds weer dat het actualiseren van parkeernormen vraagt om een zorgvuldig proces waarbij verschillende beleidsterreinen en belanghebbenden betrokken moeten worden. Juist door bestaande knelpunten en praktijkervaringen op te halen én nieuwe conceptregels gezamenlijk te toetsen, worden plooien gladgestreken en ontstaan duidelijke, werkbare en uitvoerbare regels en normen.
Actualiseren van parkeernormen: een strategische keuze
Het actualiseren van parkeernormen is dan ook geen administratieve verplichting, maar een strategische keuze. Gemeenten die hun parkeerbeleid baseren op actuele inzichten en dit verbinden met bredere ambities op het gebied van woningbouw, leefbaarheid en duurzame mobiliteit, beschikken over een krachtig instrument om ruimtelijke ontwikkelingen beter te sturen. De nieuwe CROW-richtlijnen bieden hiervoor een uitstekend vertrekpunt, maar de grootste winst zit in het vertalen daarvan naar een lokaal passende en toekomstbestendige aanpak. Juist nu is het moment om de stap te zetten naar een nieuwe generatie parkeernormen die aansluit bij de opgaven van deze tijd.